• Susan van Eyck

De verovering (kort zomerverhaal)


Mijn broer zit gehurkt op de vloer in de vertrekhal, zijn rugzak open geritst tussen zijn knieën. Als een kip zonder kop graait hij door zijn spullen. Er valt van alles uit: een boek, een iPod, een plattegrond van Sevilla, een envelop met het logo van het reisbureau. ‘Wat ben je kwijt?’ vraag ik. ‘Mijn paspoort. Uitgerekend nu.’ ‘Kijk eens in je binnenzak.’ Verdwaasd grijpt hij in zijn jas. ‘Ah. Godzijdank…’ Mijn grote broer, die voor zijn werk de halve wereld rondreist, is zo zenuwachtig voor zijn weekendje weg dat het net lijkt alsof hij nog nooit gevlogen heeft. Zijn vriendin is bijna nog erger. Alsof ze voor het eerst in haar leven van huis weggaat. ‘Ik weet niet meer of ik de tuindeur op slot heb gedraaid,’ zegt ze verschrikt. ‘Nou, volgens mij hebben jullie alles tien keer nagekeken.’ ‘Nee, echt! Ik ben de tuindeur vergeten, ik weet het zeker! Ik schiet in de lach. ‘Maak je niet zo druk! Ik heb jullie sleutel, ik zal alles nog een keer heel goed controleren. Oké?’ Speels geef ik haar een zetje. ‘En nu door die douane. Ga lekker genieten van Sevilla.’ Anke geeft me drie zoenen op mijn wang en Paul kust me op mijn voorhoofd. ‘Bedankt voor het brengen.’ ‘Graag gedaan hoor,’ zeg ik luchtig. ‘Ik zie jullie overmorgen weer.’ Ik kijk ze na als ze door de douane gaan. Er gaat een steekje van jaloezie door me heen. Ik wil ook hand in hand met iemand door een vreemde stad lopen langs oude kathedralen en parken waar mensen picknicken in de zon, samen wijn drinken op kleine terrasjes, de hele nacht seks in een hotelkamer met de balkondeuren open, witte vitrage die zachtjes heen en weer waait, flarden van een vreemde taal en opzwepende dansmuziek op de achtergrond. Maar dat gaat niet gebeuren. Dit wordt de zoveelste saaie zomer. Als je achttien bent is het nog wel leuk om vrij en ongebonden te zijn, als je dertig bent en al je vriendinnen hebben een relatie, dan wordt het anders. Dan zijn je dagen vooral leeg en de zomers lang en saai, want vriendinnenvakanties zijn allang verleden tijd. Zij gaan met elkaar, ik zit thuis. Vorig jaar heb ik een keer onder het mom van ‘je leeft maar één keer’ in mijn eentje een weekje Parijs geboekt, stiekem in de hoop dat ik daar iemand zou ontmoeten om de Sacre Coueur mee te beklimmen en hand in hand naar de zonsondergang te kijken onder het genot van een fles goedkope clochardwijn. Maar natuurlijk gebeurt dat alleen in films. Ik heb de Eiffeltoren bezocht en Centre Pompidou en nog wat van die bezienswaardigheden die je hoort te bezoeken als je in Parijs bent, ik heb een vermogen uitgegeven in allerlei vage, veel te dure boetiekjes, daarna heb ik een Big Mac gegeten bij de McDonalds en toen had ik blaren op mijn voeten, dus toen heb ik een substantieel deel van de inhoud van mijn e-reader uitgelezen op het balkon van de hotelkamer. Het gaat misschien te ver om te zeggen dat het een compleet mislukte vakantie was, maar het was ook niet voor herhaling vatbaar. Misschien dat ik volgend jaar zo ver ben om een singlereis te boeken. Voor dit jaar heb ik me er al bij neergelegd dat er dit jaar gewoon helemaal niks gaat gebeuren. Geen avontuur, geen liefde en zeer waarschijnlijk geen seks – niks.

Alles is in orde in het huis van Paul en Anke, precies zoals ik dacht. De kookplaat is uit, alle deuren zijn op slot. Ik heb geen zin om nog naar huis te rijden, dus ik pak een rosébiertje en een zak chips uit de keuken, plof neer op de bank en zet de televisie aan. Nu ik hier toch ben kan ik het er net zo goed lekker van nemen, ik ben morgen toch vrij. Paul en Anke hebben een ongelofelijk huis. Airconditioning, een enorme flatscreentelevisie, een bubbelbad, een keuken waar een driesterrenrestaurant jaloers op is. Mijn eigen appartementje is ook best oké, midden in het centrum en recht tegenover boekwinkel waar ik werk, dus ik heb ’s morgens in de spits een reistijd van gemiddeld 45 seconden, maar vergeleken met het huis van mijn broer is het een lekkend, piepend, krakend konijnenhok. Vier biertjes, twee televisieprogramma’s en een nachtfilm later zet ik de televisie uit en trek mijn gympen en mijn shortje uit. In mijn shirtje kruip ik in bed en val meteen in slaap. Ik schrik wakker van het geluid van de deurbel. Mijn ogen schieten naar de digitale wekkerradio op het nachtkastje van mijn broer. Twaalf uur. Oh shit, ik heb echt belachelijk lang geslapen, de halve zaterdag is al om. Wat erg! Er wordt weer gebeld en slaapdronken waggel ik naar het halletje en gedachteloos open ik de deur. Het felle zonlicht doet pijn aan mijn ogen, de lucht is zwaar van de zomerhitte. Op de stoep staat een lange man met warrig donker haar. Hij draagt een kaki afritsbroek, een rugzak en een kraakhelder wit T-shirt zonder opdruk. Hij is aantrekkelijk. Verontrustend aantrekkelijk. Aantrekkelijk op zo’n manier dat ik alles uit de kast zou willen halen om hem hier te houden en ter plekke te versieren. Maar ik sta erbij alsof ik niet tot tien kan tellen, met mijn veel te korte shirtje, mijn doorgelopen make-up, mijn ontplofte haar en mijn duffe hoofd, en dat alles om kwart voor twee ’s middags. Sexy hoor, Amber. Heel indrukwekkend. ‘Sorry, ik geloof dat ik verkeerd ben,’ zegt de man. ‘Ik ben op zoek naar Anke.’ Anke? Wat? Waarvan kent zij deze man? Wie is dit en waarom heb ik hem nooit eerder gezien? ‘Anke woont hier wel,’ weet ik met een krakend stemmetje uit te brengen. ‘Ze is er alleen nu niet. Ik pas op het huis.’ ‘Ze is er niet?’ herhaalt hij, zijn opmerkelijk lichte ogen strak op mij gericht. ‘Maar ze komt wel terug vandaag?’ ‘Ik ben bang van niet.’ Dit is je kans, dit is je kans. ‘Kom anders even binnen. Ik ben Amber.’ Ik zie hem aarzelen, maar dan haalt hij zijn schouders op, slingert zijn rugzak over zijn schouder en steekt zijn hand uit. ‘Daniel.’ ‘Heb je één momentje?’ Vliegensvlug ren ik naar de slaapkamer van mijn broer en Anke, als een bezetene ga ik door haar kast. Anke barst van de kleren, ik mag vast wel even een jurkje lenen. Ik maak me op voor de spiegel, breng met mijn handen mijn halflange donkere haar in model en spuit nog snel wat parfum op mijn polsen en in mijn hals. Zo. Daniel staat nog precies waar ik hem heb achtergelaten. Hij heeft zijn handen in zijn zakken en kijkt een beetje ongemakkelijk om zich heen. ‘Ze is er dus niet?’ vraagt hij nog eens. Hij bekijkt mij niet eens. Ik had net zo goed de ochtendjas van mijn broer kunnen aantrekken. Of niks. Het maakt hem niks uit. ‘Nee.’ ‘Komt ze nog wel terug vandaag?’ ‘Ze is een weekendje naar Sevilla met haar vriend. Wist ze dat je zou komen?’ Hij schudt zijn hoofd. ‘Ik ken haar van lang geleden. Ik wilde haar verrassen.’ Oké. Het is nu of nooit. Ik haal diep adem. ‘Heb je anders zin om iets met mij te gaan drinken?’ gooi ik eruit. ‘Dan ben je tenminste niet helemaal voor niks gekomen. Het is mooi weer. We kunnen even een terrasje pakken. Alleen als je zin hebt hoor.’ Het blijft angstvallig stil. Ik hou mijn adem in. Waarschijnlijk is hij nog aan het twijfelen of hij me heel hard uit moet lachen, beleefd moet bedanken of zich gewoon meteen uit de voeten moet maken. Wat sta ik toch ook te raaskallen? Een wildvreemde man uitnodigen om op een terras te gaan zitten? Ik lijk wel gek. Tot mijn opluchting breekt er een glimlach door op zijn gezicht. ‘Oké, waarom ook niet? Ik ben er toch.’

We vinden een plekje op een van de terrasboten. De zon brandt op mijn blote schouders en schittert in het water. ‘Waar ken je Anke eigenlijk van?’ vraag ik. Hij fronst en wendt zijn blik af, net alsof hij er even over na moet denken. ‘Ik ken haar van van vroeger, we waren erg close.’ zegt hij dan. ‘We hebben elkaar door omstandigheden lang niet kunnen zien. Vandaag was ik voor het eerst weer in de gelegenheid om haar op te zoeken.’ ‘Dat is balen,’ zeg ik. Ik vraag me af wat die omstandigheden zijn, maar ik durf er niet naar te vragen. Ik moet nu ook weer niet meteen te hard van stapel lopen. Hoe ik haar ken, vraagt hij niet, maar bij gebrek aan gespreksstof vertel ik het toch maar. ‘Anke is mijn schoonzus.’ ‘Schoonzus?’ vraagt Daniel. ‘Ze is toch niet getrouwd? Dat zou ik geweten moeten hebben.' ‘Nog niet, maar ik denk ook niet dat het nog lang zal duren. Mijn broer en zij zijn al vier jaar bij elkaar. Die worden echt oud samen, dat kan niet meer kapot.’ 'Alles kan kapot. Ik had ook ooit zo’n relatie met alles erop en eraan. Trouwplannen. Huis. Plannen om samen oud te worden, maar ze heeft me keihard laten vallen. Keihard.’ ‘Wat naar. Is dat lang geleden?’ Daniel knikt. ‘Ik heb het nooit echt los kunnen laten. Triest, hè?’ ‘Misschien moet je gewoon eens een keer verliefd worden op een ander,’ zeg ik. ‘Dat helpt.’ ‘Daar zou je best eens gelijk in kunnen hebben.’ Hij houdt mijn blik vast met de zijne en mijn lichaam reageert zo sterk dat ik het gevoel heb dat de bliksem inslaat in mijn onderbuik. Ik moet hem krijgen. Het moet, al moet ik ervoor naar het uiterste puntje van de wereld en terug. Deze keer ga ik alles op alles zetten. En met dat besluit lijkt opeens alles te lukken. Het is net of hij een heel nieuwe Amber in mij naar boven haalt. Ik voel me anders, mijn stem klinkt anders, ik ben anders. Ik praat, ik lach, ik ben stil op de juiste momenten, ik ga tijdens het gesprek heel subtiel iets dichterbij zitten, mijn knie tegen die van hem, onze handen die elkaar af en toe per ongeluk expres aanraken, steeds iets langer en iets bewuster, tot we allebei niet meer terugtrekken en mijn vingers als vanzelf tussen de zijne doorglijden. We voeren elkaar olijven, stokbrood en wijn. Zijn handen zijn overal en nergens en als hij me eindelijk zoent voelt het als een explosie. ‘Ga je mee naar huis?’ Mijn stem is haast onhoorbaar, het is meer ademen dan praten. ‘Ik woon hier vlak achter.’ Mijn handen trillen zo erg dat het me moeite kost om de sleutel in het slot te krijgen. Daniel heeft zijn arm van achteren om me heen geslagen. Ik voel door de stof van mijn jurk heen dat hij opgewonden is. Hij trekt mijn jurk over mijn hoofd terwijl we direct naar de slaapkamer lopen. Ik draai me om, laat me op mijn bed vallen en trek hem mee in mijn val. Hij komt zwaar op me liggen, drukt me zo dicht tegen zich aan dat ik haast niet meer kan ademen. ‘Ik wil dat je van mij bent,’ hijgt hij in mijn oor. ‘Ik wil dat je helemaal van mij bent.’

De volgende dag heb ik toch een beetje een onbestemd gevoel, dat de hele dag blijft hangen. Ik zou op een roze wolk moeten zitten, want was een heerlijke avond en nacht met Daniel en voor we in slaap vielen fluisterde hij in mijn oor dat het me gelukt was, dat zij uit zijn hoofd was en dat ik ervoor in de plaats was gekomen. Hij vroeg me letterlijk waar ik al die tijd gezeten had, hij zei dat hij me nu gevonden had en dat hij me niet meer los zou laten. En echt, het klonk alsof hij het meende. Maar hij is wel weggegaan zonder iets achter te laten. Geen telefoonnummer, geen adres, niks. Bij het afscheid fluisterde hij in mijn oor dat ik hem moest vertrouwen en dat hij vanzelf weer contact zou zoeken, maar ik vind het vaag. Wie heeft er in deze tijd nou geen mobiele telefoon? En zijn adres, waarom doet hij zo geheimzinnig over zijn adres? Misschien was het gewoon wel allemaal onzin. En is het helemaal niet uit met die ene ex die zogenaamd zijn hart heeft gebroken. Misschien heeft hij met haar nog steeds wel alles. Hoewel, iemand die vreemdgaat zal dat vast niet doen met iemand die hij heeft leren kennen via een goede vriendin. Dat komt natuurlijk uit. ’s Avonds, als ik in de auto naar het vliegveld zit, besluit ik me er niet langer druk om te maken. Ik ga niet als een bakvis van dertien bij de telefoon zitten wachten tot hij belt, ik zie het gewoon wel. Wat er afgelopen nacht gebeurd is, dat pakt niemand me meer af, en iedere herhaling van die nacht zou geweldig zijn. Door Daniel is mijn zomer nu al niet saai meer. Ik parkeer mijn auto in de garage en haast me naar de aankomsthal, waar Anke op me zit te wachten. Ze is zowaar een beetje bruin geworden van die twee dagen Spanje. ‘Paul is nog even naar de wc,’ zegt ze. Ik hoef haast niet te vragen hoe het was, ze straalt helemaal. ‘Sevilla is zo mooi, je moet er gewoon een keer naartoe.’ ‘Ik zal het onthouden,’ zeg ik. ‘Hoe was jouw weekend?’ ‘Leuk. Heel leuk zelfs.’ ‘O? Vertel.’ Ik kan een brede glimlach niet onderdrukken. ‘Ik heb iemand ontmoet.’ ‘Echt?’ vraagt ze met grote ogen. ‘Zomaar opeens?’ ‘Het was echt helemaal geweldig. Je raadt nooit hoe ik…’ Anke houdt verontschuldigend haar hand op, vist haar mobiele telefoon uit haar zak en zondert zich af. Een paar minuten later is ze weer terug. ‘Sorry hoor, die moest ik even nemen, dat was nogal belangrijk. Het ging over mijn ex.’ ‘O? Wat is er dan met je ex?’ Ze aarzelt even. ‘Hoe zal ik dat nou netjes zeggen? Mijn ex spoort niet. Toen ik het uitmaakte heeft hij me meerdere keren bedreigd en uiteindelijk heeft hij geprobeerd me te vermoorden. Godzijdank kon ik ontkomen en is hij daarna opgepakt, maar dit weekend was zijn eerste proefverlof. Ik was echt als de dood dat hij mijn adres zou achterhalen en me op zou zoeken. Dat is ook de reden dat ik dit weekend naar het buitenland wilde. Godzijdank is hij gewoon netjes teruggekomen. Een hele opluchting kan ik je zeggen. Je wil echt niet weten waar die man toe in staat is.’ Ze zucht diep, stopt haar mobieltje in haar zak en kijkt me vragend aan. ‘Nou, vertel. Je hebt iemand ontmoet?’

99 keer bekeken

© 2023 by T.S. Hewitt. Proudly created with Wix.com