• Susan van Eyck

Wisselvallige dagen deel 14 - Bibi

Bijgewerkt: 12 aug 2018


Hard gebonk op de deur van de wc. Ik hoor de stemmen van Jill en Nicky. O god, laat ze weggaan. Ik wil niemand zien. Ook mijn vriendinnen niet. Ze vinden me nu waarschijnlijk een zielig geval. En eerlijk is eerlijk, ik vind mezelf ook een uitgesproken zielig geval op dit moment. Maar ik wil niet dat zij me zo zien. Het is allemaal al vernederend genoeg.

Weer gebonk.

‘Ga weg.’

‘Je kunt hier toch niet de hele avond blijven zitten?’ Het is Nicky.

‘Jawel.’

‘Bieb. Kom op nou. Ze zijn allang weg,’ roept Jill.

‘Dat weet ik. Dat is het nou juist.’

Na dat gedoe met die waterballonnen dacht ik echt dat hij iets voor me voelde. Tenslotte heeft hij voor me gelogen tegen Danielle, me pepermunt gegeven zodat niemand iets zou ruiken en al die nieuwe waterballonnen voor me gevuld en naar het sportveld gesjouwd. Het had vanavond moeten gebeuren tussen ons. Ik heb me belachelijk opgetut, heb zelfs een briefje tussen zijn spullen. Ik word haast misselijk van schaamte als ik denk aan wat erin staat. Echt, wat dacht ik in godsnaam toen ik het schreef? Het is zo duidelijk nu. Die zoekende blik, alsof hij niet zou rusten voor hij haar had gevonden. Zijn gezicht dat helemaal oplichtte toen hij haar zag. Dat was eigenlijk al genoeg. Zo heeft hij nog nooit naar mij gekeken. Zelfs niet op die ene avond toen hij me kuste. En toch ben ik nog blijven toekijken hoe hij haar in zijn armen nam, hoe ze stonden te dansen, hoe hij haar zachtjes kuste en het ergste van alles, hoe ze samen weggingen. Zij in mijn rol.

‘Bieb, kom er nou gewoon af!’ Weer gebonk. Mijn vriendinnen kennende zullen ze het niet opgeven voor ik die deur openmaak, al wordt het vier uur vannacht.

Met een zucht draai ik het slot om en stap naar buiten. Daar staan ze dan. Het troostcomité.

‘Kom op nou, Bibi, je laat je hier toch niet zo overstuur door maken?’ vraagt Jill. ‘Alleen omdat hij een keer met een ander meisje danst...’

‘Het was niet alleen maar dansen,’ werpt Nicky tegen. ‘Ze stonden te kussen. Nogal logisch dat ze overstuur is.’

‘Ach, zo’n kinderachtig kusje, als ze nou heftig stonden te bekken, maar dit...’

‘Ze zijn daarna met z’n tweeën naar buiten gegaan...’

‘Oh ja?’ vraagt Jill. ‘Ik heb ze anders niet samen naar buiten zien gaan. Zij was opeens weg en vijf minuten later was hij ook vertrokken.’

Nicky geërgerd rolt met haar ogen. ‘Wat denk jij dan? Dat het toeval was?’

‘Misschien hadden jullie eerst even kunnen overleggen zodat jullie op dezelfde lijn zaten voor jullie me die plee af lieten komen?’ zucht ik. ‘Maar goed, Nicky heeft gelijk. Ze waren wel samen en ze hebben buiten alsnog heftig staan bekken. Daarna zijn ze samen het bos in gegaan.’

‘Hoe weet jij dat?’ vraagt Jill verwonderd.

Ik slik. ‘Ik ben hem gevolgd.’

Medelijdend kijken ze me aan.

‘Je bent hem gevolgd?’ vraagt Nicky. ‘Bieb toch... Heeft hij je gezien?’

‘Ik weet het niet... ik denk het niet... al denk ik dat het niet eens meer uitmaakt...’ Ik begin weer te huilen. ‘Het ergste weten jullie nog niet eens.’

‘Wat is dan het ergste?’

‘Ik heb een briefje tussen zijn spullen gedaan.’

‘Wat?’ roepen ze allebei tegelijk uit.

‘Ik weet het,’ huil ik. ‘Ik wist zo zeker dat het iets ging worden vanavond, ik wilde hem een beetje teasen...’

O, Bibi...’ zucht Jill. ‘Je weet toch dat je nooit geschreven tekst moet achterlaten? Dat is belastend bewijsmateriaal. Straks krijgt iedereen het te lezen.’

‘Ach kom. Het is een volwassen vent. Hij zal het hooguit zelf gelezen hebben, hij zal het echt niet gaan verspreiden over de hele camping,’ zegt Nicky.

‘Je weet het nooit.’ Jill kijkt me aan. ‘Je moet naar boven gaan en dat briefje terugpakken.’

‘Wat?’ Verschrikt kijk ik haar aan. ‘Ik kan toch niet zomaar in zijn tas gaan zoeken?’

‘Er is nu toch niemand boven, iedereen is op het feest,’ zegt Nicky nu ook. ‘Doe het nou maar, misschien heeft hij het nog niet gelezen en dan kun je jezelf die afgang in ieder geval besparen. Wij houden wel de wacht.’

‘Inderdaad. En als je het briefje hebt dan kom je lekker met ons mee naar de tent,’ zegt Jill. ‘Je moet wijn hebben. En chocola.’

Er is inderdaad niemand boven, het is aardedonker op de zolder. Op de tast zoek ik de lichtschakelaar. Eerst boen ik voor het spiegeltje van mijn beautycase de zwarte vegen van mijn gezicht en borstel mijn haren zodat ik me weer een beetje een normaal mens voel, dan sluip ik naar het bed van Noah. Alleen al bij het zien van het slaapshirt op zijn kussen, zijn gympen en de slaapzak waar hij elke nacht in ligt, voel ik me alweer week in mijn maag Ik voel zoveel voor hem dat ik er gek van word. Daarom is het zo oneerlijk. Voor haar is hij waarschijnlijk maar een vakantievriendje. Voor mij is hij de liefde van mijn leven. Ik had hem moeten krijgen, hij had met mij hand in hand het bos in moeten lopen.

Voorzichtig voel ik in zijn tas naar het briefje. Het zit er nog, op precies dezelfde plek. Ik zucht opgelucht. Waarschijnlijk heeft hij het nog niet gelezen. Ik vouw het open, lees de tekst die ik een paar uur geleden zelf heb neergepend en voel me alweer misselijk worden. Vlug prop ik het briefje in mijn tas en wil opstaan.

‘Wat doe jij hier?’

Geschrokken kijk ik op. Het is Carola. Ik had haar helemaal niet binnen horen komen.

‘Ik voelde me niet zo lekker,’ lieg ik. ‘Dus ik ging vast naar bed.’

‘Aha.’ Ze neemt me op van top tot teen. ‘Maar wat heb je dan te zoeken bij de spullen van Noah?’

‘Ik had zo’n hoofdpijn en hij heeft pijnstillers bij zich die heel goed werken, hij had laatst tegen me gezegd dat ik die altijd mag pakken als het nodig is. Omdat ik wel vaker last heb bedoel ik.’

‘Ja ja,’ snauwt Carola. ‘Nou, dan zou ik maar snel mijn bed in gaan als ik jou was.’ Ze gaat op het randje van haar eigen bed zitten en begint zich ook uit te kleden. Fijn. Die gaat nergens meer naartoe. En dat betekent dus ook dat ik voorlopig nergens naartoe kan, als ik niet gruwelijk door de mand wil vallen. Carola knipt het licht weer uit en ik ga met mijn kleren aan op bed liggen tot ik haar luid en duidelijk kan horen snurken. Muisstil sluip ik over de zolder heen en moet een vloek binnenhouden als ik keihard mijn voet stoot tegen de deurpost. Ik sta stokstijf stil. Gelukkig, ze blijft snurken. Vlug klim ik de trap af naar beneden.

‘Nou, ik moet zeggen, je hebt best talent,’ grinnikt Nicky. ‘Daar moet je eens wat mee doen.’

‘Geef hier.’ Ik gris het briefje uit haar handen en scheur het in stukjes.

‘Nee, maar even serieus,’ zegt Jill, ‘je laat het hier toch niet bij zitten?’

Verbaasd kijk ik haar aan. ‘Wat moet ik dan doen?’

‘Nou, gewoon. Al je charmes in de strijd gooien. Hup Bieb! Het is je nog nooit gebeurd dat je een jongen niet kon krijgen.’

‘Voor alles is een eerste keer,’ zeg ik verdrietig. ‘Maar ik denk dat ik mezelf wel genoeg vernederd heb. Hij wil me blijkbaar echt niet, anders was het allang iets geweest.’

‘Dan nog zou ik het er niet bij laten zitten. Hij heeft je gewoon gebruikt toen tijdens dat weekend en dat zou ik hem laten voelen ook.’ Jills ogen lichten op. ‘Hé, mogen jullie eigenlijk wel iets beginnen met campinggasten?’

Daar heeft ze een punt. ‘Dat mogen we inderdaad niet. Maar goed, wat heb ik daaraan? Het is vast niet zo dat als ze erachter komen, hij alsnog verliefd op mij wordt.’

‘Misschien niet, dat wil niet zeggen dat je het haar dan maar moet gunnen. Je zou het eens heel voorzichtig kunnen laten vallen.’

Ik schud mijn hoofd. ‘Dat ga ik echt niet doen. Dan laat ik me alleen maar kennen. Ik moet hem gewoon uit mijn hoofd zetten. Er zit niks anders op.’

‘Misschien loopt er voor jou ook nog wel een leuke campinggast rond,’ zegt Nicky met een knipoog. ‘Regels zijn er om overtreden te worden. Als dat voor Noah geldt dan geldt het ook voor jou.’

‘Geloof me, leuke campinggasten zijn er hier niet. Iedereen van het mannelijk geslacht is jonger dan dertien of ouder dan dertig en al vader.’ Ik zucht. ‘Er zal niks anders op zitten dan dat ik een celibataire zomer tegemoet ga. Ik haal het daarna wel weer in.’

‘Precies. We gaan gewoon aftellen tot je weer thuiskomt en dan gaan we lekker ouderwets stappen. Dan ben je die hele Noah zo vergeten.’ Jill schenkt de glazen vol wijn. ‘Proost jongens. Op Bibi’s thuiskomst.’

‘Op mijn thuiskomst.’

Eerlijk gezegd kan ik niet wachten.


Volgende: deel 15

Vorige: deel 13

0 keer bekeken

© 2023 by T.S. Hewitt. Proudly created with Wix.com