• Susan van Eyck

Wisselvallige dagen deel 16 - Evelien

Bijgewerkt: 13 aug 2018


Met een zucht draai ik me nog eens om, schop mijn slaapzak van me af en staar naar het lichtblauwe tentdoek. Ik baal. Ik baal zo verschrikkelijk dat ik niet eens woorden kan vinden die de lading dekken. Op dit moment had ik lekker moeten nazwijmelen over Noah. Het was perfect. Alles was even perfect. De sterrenhemel, de zandvlakte, de seks, zijn woorden na afloop. En toen kwam dat stomme telefoontje. Dat vreselijke telefoontje dat alles verpestte.

Het stomme is dat ik al die weken van dat moment heb gedroomd. Ik hoopte dat zijn nieuwe vriendin tegen zou vallen, ik hoopte dat hij mij zou missen, ik hoopte dat hij met hangende pootjes terug zou komen. Als ik in een melancholische bui was dan stelde ik me voor dat we elkaar huilend in de armen zouden vallen en ik hem zou vergeven, als ik in een meer wraaklustige bui was fantaseerde ik hoe ik hem lachend zou vertellen dat verder was gegaan met leven en ik absoluut geen behoefte meer had aan zijn gezelschap. Nu het dan eindelijk echt zo ver is, word ik van geen van beide mogelijkheden echt blij. Ik wil hem niet terug, niet nu ik zelf net weer gelukkig ben in de liefde, maar hem keihard afwijzen voelt op de een of andere manier ook niet goed. Begrijp me goed, ik wou dat ik het kon. Ik wou dat ik hem gewoon mee kon delen dat er iemand anders is, om vervolgens keihard de deur in zijn gezicht dicht te smijten. Maar ik kan het gewoon niet. En dus ben ik nu in mijn hoofd weer met mijn ex bezig in plaats van met mijn nieuwe liefde, maak ik me druk om het moeilijke gesprek dat we zullen hebben en ben ik bang dat ik hem zal kwetsen. Weer draait het om hem. Het maakt me zo kwaad. Kwaad op hem omdat hij me voor de tweede keer in twee maanden tijd mijn geluk afpakt, kwaad op mezelf omdat ik zo soft ben.

Met mijn kleren en mijn toilettas in mijn armen geklemd kruip ik het tentje uit, pak drie douchemunten uit de caravan en mijn handdoek van de waslijn en loop in de richting van de toiletgebouwen voor een uitgebreide douche. Het is nog vroeg, maar slapen zit er toch niet meer in. Te warm, te benauwd, teveel hinderlijke gedachten.

Door de koele douchestraal, het kalmerende geluid van stromend water en de geur van Rituals voel ik me een heel stuk beter. Ik droog me af, trek een koele dunne zomerjurk aan, poets mijn tanden voor de spiegel en besluit om Sander uit mijn hoofd te zetten zolang ik hier ben. Ik laat hem dit niet afpakken. Ik ga gewoon genieten van de zomer en van mijn nieuwe liefde en dat moeilijke gesprek komt daarna wel.

Op weg naar buiten word ik bijna onder de voet gelopen door Manon. Ze heeft een hand voor haar mond en kokhalst. Snel doe ik een stap opzij. Net op tijd bereikt ze de wc. Als ze weer naar buiten komt, ziet ik pas goed hoe slecht ze eruit ziet. Haar gezicht is ingevallen, ze heeft wallen onder haar ogen, haar donkere haren zijn slap en vet en ik schrik er gewoon van hoe intens bleek ze is. Snel pak ik mijn tandenpoetsbeker uit mijn toilettas en vul ‘m met water. Ze neemt een piepklein slokje. ‘Bah,’ zucht ze. ‘Zo smerig.’

‘Hier.’ Ik tover een reservetandenborstel tevoorschijn. ‘Misschien moet je even je tanden poetsen, dan voel je je vast wat beter.’

‘Van tandenpoetsen ga ik nog erger kokhalzen.’ Heel voorzichtig neemt ze nog een slokje. ‘Dit helpt wel een beetje. Dank je.’

‘Graag gedaan,’ zeg ik wat ongemakkelijk. Ik heb Manon nog nooit zo beroerd gezien. Dat is een vervelend virus dat ze onder de leden heeft. Of zou het geen virus zijn?

Wacht eens. Zou ze...?

Nee. Néé.

‘Het is wat je denkt,’ zegt ze zonder me aan te kijken. ‘Dus dan weet je dat.’

‘Dus je bent zwanger?’ vraag ik voor de zekerheid.

Ze slaat haar ogen neer en knikt langzaam.

Ik wil haar enthousiast feliciteren, maar dan zie ik de bange, verdrietige blik in haar ogen. ‘Hoe ver ben je?’

‘Ik weet het niet precies, alleen dat ik dus zwanger ben. Ik ben al in geen eeuwen ongesteld geweest. Ik slik de pil altijd door omdat ik er zo’n hekel aan heb.’ Ze glimlacht triest. ‘Nu zou ik er een moord voor doen om gewoon ongesteld te zijn. Ik weet helemaal niet wat ik hiermee moet. Aan de ene kant vind ik mezelf veel te jong en wil ik nog zoveel doen in mijn leven voor ik moeder wordt en die hele zwangerschap vind ik afschuwelijk, ik voel me zo zwak en ziek... aan de andere kant... het is wel een kind. Mijn kind. Snap je?’

Ik knik. Ik snap haar helemaal. Toen ik vorig jaar zomaar anderhalve week overtijd was, worstelde ik met precies dezelfde vragen, ik vond mezelf te jong, maar zomaar weghalen wilde ik ook niet. Ik werd gelukkig ongesteld, dus bij mij bleef het bij piekeren, maar ik heb nog steeds geen idee wat ik gedaan had als het anders was gelopen.

‘Weet Floris het al?’

‘O ja, die weet het al. Waarom denk je dat ik hier zit? Floris is woedend op me. Sowieso al dat ik zo stom ben geweest om zwanger te raken, maar toen hij hoorde dat ik niet zomaar zonder nadenken een abortus wilde, heeft hij zijn spullen gepakt en is weggegaan.’

‘Hij is weggegaan?’ vraag ik verbijsterd. ‘Bedoel je dat hij je gewoon laat stikken?’

‘Hij vindt dat ik ons perfecte leventje op losse schroeven zet door überhaupt te overwegen om de baby te krijgen. Dus hij heeft zijn spullen gepakt en hij is naar het huis van jullie ouders gegaan, om na te denken, zei hij, maar ik heb het gevoel dat hij niet meer terugkomt. Hij wil het kind niet, daar is hij echt heel duidelijk in.’

Godsamme. Ik wist dat mijn broer en ik niet echt op hetzelfde level zaten, maar dat hij zoiets walgelijks zou doen, dat had ik niet verwacht. ‘Wat een klootzak,’ zeg ik minachtend.

‘Hij voelt zich machteloos, hij heeft hier ook niet voor gekozen. Ergens begrijp ik hem wel. Hij weet gewoon niet wat hij ermee aan moet.’

‘Nou, ik begrijp hem níet,’ zeg ik fel. ‘Dit soortdingen hoor je toch samen te doen? Hij laat je gewoon in de stront zakken.’

Er rolt een traan over haar wang. ‘Sorry,’ piept ze. ‘Het is niet mijn bedoeling om tussen jou en je broer te komen. Ik... ik... ik voel me gewoon zo alleen.’

Ik sla mijn armen om haar heen en laat haar rustig uithuilen. Als ze eindelijk gekalmeerd is, ziet ze er een stuk sterker uit. ‘Dank je wel,’ zegt ze ernstig. ‘Ik weet dat we nooit de allerbeste vriendinnen zijn geweest, maar echt... dank je.’

‘Ik ben er voor je,’ zeg ik resoluut. ‘Wat je ook beslist. Als je abortus wil dan ga ik met je mee naar de kliniek als je dat wil, als je het kind wil houden dan steun ik je zoveel als ik kan. Desnoods trek ik bij je in.’

Manon schiet in een zenuwachtige lach, die bijna meteen weer overgaat in een nieuwe huilbui. ‘Ik ben zo bang...’ snikt ze.

‘Ik weet het,’ sus ik. ‘Ik weet het.’

‘Wil je het alsjeblieft nog even aan niemand vertellen?’

‘Als jij dat wil hou ik mijn mond, maar ik ben bang dat mijn ouders er toch wel achterkomen. Je kent mijn moeder. Haar ontgaat niks. En zij zal je ook willen steunen. Ze is toch de oma.’

‘Maar ze is ook Floris’ moeder. En Floris wil niet. Ik voel me al zo schuldig dat ik hier ben en dat jullie zo lief voor me zijn terwijl hij nu in zijn eentje zit. Alsof ik zijn familie inpik.’

‘Daar maakt hij het zelf naar,’ zeg ik nijdig. ‘Zijn zwangere vriendin gewoon laten zitten en dan wel denken dat wij achter hem staan. Dan kan hij honderd keer mijn broer zijn, maar dat gaat echt niet gebeuren.’

Manon neemt bibberig een slokje water, dan grijpt ze naar haar buik en bukt iets voorover. ‘Au... mijn buik. Ik heb steeds van die steken. Ik denk steeds dat het misgaat, maar de misselijkheid wordt ook erger.’

‘Misschien moet je gewoon wat meer rust nemen,’ opper ik. ‘Je hebt gewoon veel teveel stress door mijn stomme broer. Waarom ga je niet nog even liggen? Mijn ouders zijn met Robbie weg, dus je kunt een paar uurtjes in de caravan slapen als je wil. Daar is het een stuk koeler en je hoeft niet op zo’n rottig luchtbed te liggen.’

‘Dat is misschien wel een goed idee,’ zegt ze opgelucht.

‘Maar ik zou wel echt, écht met mijn moeder gaan praten. Als er iemand weet wat je nu doormaakt dan is zij het. Je weet dat wij ook ongepland waren?’

‘Dat weet ik, ja. En misschien heb je ook wel gelijk.’ Manon kijkt me ernstig aan. ‘Ik zal erover nadenken.’


Volgende: deel 17

Vorige: deel 15

23 keer bekeken

© 2023 by T.S. Hewitt. Proudly created with Wix.com