• Susan van Eyck

Wisselvallige dagen deel 4 - Sander


Het lijkt wel de voorkant van een reisgids. Dat witte strand, die groenblauwe zee, die overweldigend mooie groene heuvels en naast me een bloedmooie vrouw. Het is zo heerlijk om te zien hoe ze uren kan liggen genieten van de zon. Ik lees mijn boek, luister naar het ruisen van de zee en verder kijk ik alleen maar naar haar. Ik kan uren kijken hoe ze ligt te zonnen, haar mooie slanke benen uitgestrekt over de ligstoel, de wind die zachtjes met haar lange blonde haren speelt. Dit kon nou nooit met Evelien. Als wij samen naar het strand gingen, kon ze niet eens vijf minuten stilzitten of haar klep houden. Ze moest continu iets doen: naar de zee rennen, ijsjes halen, praten over iets wat ze net gelezen had of over iemand op het strand. Ze zag er ook nooit zo prachtig glad en gebruind uit. Altijd zat ze onder het zand, haar haren zaten in de war, haar neus was verbrand, haar shirt scheef geknoopt. Fleur is zo perfect, het is net alsof ze regelrecht uit een film is weggelopen. Alles klopt aan haar. Ik wist serieus niet dat zulke perfecte vrouwen echt bestonden, laat staan dat ik er ooit eentje als vriendin zou kunnen krijgen. Het lijkt zo lang geleden dat ik met Evelien deze vakantie aan het plannen was. Ze had er zoveel zin in. Raar dat je soms denkt dat je heel gelukkig bent met iemand, puur omdat je diegene nou eenmaal al heel lang kent en daardoor niet onder ogen durft te zien dat de rek er al heel lang uit is. Ik kan me nu haast niet meer voorstellen dat ik zes weken geleden nog met Evelien samenwoonde. Ik weet niet eens of zij nog steeds in ons appartement zit of dat ze inmiddels is verhuisd. Na ons gesprek, waarin ik haar vertelde dat ik met Fleur verder zou gaan, nu vijf weken terug, heb ik mijn spullen opgehaald en daarna hebben we elkaar niet meer echt gesproken. Zelf wist ik totaal niet hoe ik het af moest handelen. Hoe doe je zoiets na zoveel jaar? Bouw je het contact langzaam af of trek je gewoon de deur achter je dicht om elk je eigen leven te gaan leiden? Ik had geen idee. Evelien was mijn eerste echte vriendin. Het was haast een opluchting dat zij mij niet meer wilde spreken, waardoor ik zelf geen knoop hoefde door te hakken. Al voelde dat ook wel weer wat raar. We zijn zoveel jaar bij elkaar geweest en opeens is ze dan uit je leven. En nu zit ik hier. Met Fleur. Op de tast zoek ik in mijn rugzak een blikje bitter lemon en ik neem een grote slok. Fleur is in slaap gevallen en heeft zich op haar buik gedraaid. Ze ziet er schattig uit zo, ze doet me denken aan het broertje van Evelien, toen hij nog een baby was. Als wij een avondje gingen oppassen zat Evelien altijd uren naast zijn bedje om hem voor te lezen en liedjes voor hem te zingen en als hij dan uiteindelijk sliep dan lag hij ook zo op zijn buik, zijn beentjes een stukje opgetrokken, zijn lippen getuit. Zo ligt zij er nu ook bij. Als ze slaapt is ze zo onschuldig als een baby. Ach ja, dat broertje van Evelien, wat een leuk kereltje was dat toch. Robbie. Hem mis ik af en toe wel. Hij was toch praktisch mijn neefje. Ik vraag me af of hij nog wel eens aan me denkt. Wat zou Evelien hem eigenlijk verteld hebben over me? De waarheid? Een deel van de waarheid? Een mooi verhaaltje? Wat zeg je tegen kleine kinderen over dat soort dingen? Fleur komt kreunend overeind en gaat op het randje van haar ligbedje zitten. In haar tas zoekt ze haar flesje Evian en neemt een paar flinke slokken. ‘Bah, vies, lauw. Mijn hoofd doet pijn. Heb ik lang geslapen? De volgende keer moet je me wakker maken. Straks is mijn hele rug verbrand en dan ga ik vervellen en dat vind ik écht heel zonde van mijn mooie bruine kleurtje.’ Ze bestudeert haar blote buik en knijpt er even in. ‘Zo, ik moet echt even wat crunches doen ‘s ochtends. Ik krijg helemaal een vetrol hier.’ ‘Waar je zin in hebt in je vakantie. Je kunt toch ook baantjes gaan trekken als je aan je figuur wil werken?’ ‘Dus jij vindt ook dat ik ben aangekomen?’ ‘Nou...’ zeg ik en ik geef plagerig een klapje op haar bovenbeen. ‘Na al die cocktails van gisteravond? Weet je hoeveel calorieën daar inzitten?’ Beschermend slaat ze haar smetteloos witte handdoek om haar middel. ‘Dus je vindt me echt te dik?’ vraagt ze met paniekerige ogen. Ik grijns breed, ga naast haar op het ligbed zitten en trek haar naar me toe om haar te zoenen. Zachtjes laat ik mijn hand onder de handdoek glijden, maar ik voel haar verstijven en ze schuift een heel klein stukje van me af. ‘Hou op.’ ‘Hé, wat is er nou? Ik maakte maar een grapje net!’ ‘Nou, wat een humor,’ zegt ze bozig. ‘Ach, kom op nou, je ziet toch zelf ook wel dat je niet te dik bent? Je bent hartstikke slank.’ Ik pak haar weer beet en probeer haar te zoenen, maar ze wurmt zich los en pakt haar rokje uit de strandtas. ‘Ik ga iets te drinken halen. Wil je ook?’ ‘Doe mij maar een biertje.’ Ze pakt haar portemonnee, draait zich om en loopt weg zonder nog iets te zeggen. Ik kijk haar na en staar dan voor me uit, niet wetend wat ik precies moet voelen. Ze is gekwetst, dat is duidelijk, dus logisch zou zijn als ik me een beetje schuldig voelde, maar iets in mij zegt me dat ik helemaal niets verkeerds heb gezegd, dat ik dat soort grapjes bij mijn ex gewoon kon maken en dat ze dan zelf het hardste lachte. Met mijn voet teken ik figuren in het zand. Het hemelse gevoel van net is een beetje weggeëbd. Ik zou me er niks van aan moeten trekken, maar ik vind het helemaal niet leuk om nu al ruzie te hebben.

Ze blijft trouwens raar lang weg. Net als ik begin te geloven dat ze zo kwaad is dat ze op het vliegtuig naar Nederland is gestapt, staat ze achter me, met een flesje bier in haar ene hand en een flesje water in haar andere. Ik hoop maar dat ik me verbeeld dat ze nog steeds een beetje kwaad kijkt.


Volgende: deel 5

Vorige: deel 3

0 keer bekeken

© 2023 by T.S. Hewitt. Proudly created with Wix.com