• Susan van Eyck

Wisselvallige dagen deel 17 - Bibi

Bijgewerkt: 14 aug 2018


Als ik ‘s ochtends op de receptie kom om mijn post en het rooster voor de nieuwe week op te halen, word ik meteen aangeklampt door Felice.

‘O, Bibi, zou jij alsjeblieft iets voor me kunnen doen? Of heb je het druk?’

‘Niet echt.’ Dat is niet helemaal waar, ik sta ingeroosterd bij het kwallenballen op het sportveld, maar aangezien Noah daar ook is, heb ik niet echt veel haast om daar naartoe te gaan.

‘Zou je heel even voor me achter de balie kunnen zitten? Een kwartiertje, twintig minuten hooguit...’

‘Oh...’ Vertwijfeld kijk ik om me heen. ‘Maar ik weet helemaal niet wat ik moet doen...’

‘Geen zorgen, je hoeft waarschijnlijk niks te doen, het is echt heel rustig. Je hoeft sowieso niemand in- of uit te checken vandaag, waarschijnlijk komen mensen alleen een weekprogramma halen of vragen wat er in de omgeving te doen is. Fietsroutes liggen hier in de la, die zijn gratis voor campinggasten, in dat rekje staan folders van pretparken en andere toeristische attracties.’ Felice kijkt me met grote ogen aan. ‘Please? Ik sta alleen tot twaalf uur en er moet echt altijd iemand staan, maar ik moet echt heel even weg.’

‘Oké dan,’ zucht ik. ‘Maar als ik er niet uitkom dan verwijs ik ze naar jou. Dan wachten ze maar even.’

‘Is goed. Je bent een schat! Ik ben zo snel mogelijk terug.’

Ik pak een van de nummers van de Beau Monde die mijn ouders hebben doorgestuurd en begin te lezen. Eigenlijk wel relaxed zo. Als ik ooit, ooit nog eens vakantiewerk op een camping ga doen dan ga ik ook bij de receptie zitten. Je hebt normale werktijden, je hoeft geen stomme spelletjes te doen met krijsende kinderen, er is airco, een waterkoeler, verse koffie, een pot met dropjes, Sky Radio staat zachtjes op. Van mij mag Felice zo lang mogelijk wegblijven, ik zit hier goed. Natuurlijk zou ik nog liever lekker aan het zwembad liggen met mijn vriendinnen, maar als ik dan toch moet werken dan kom ik hier mijn ochtend wel door.

Alsof ik het nog niet genoeg naar mijn zin heb komt er ook nog eens een prettig uitziend mannelijk exemplaar de receptie binnen. Op het eerste gezicht lijkt hij aan de wat oudere kant, maar van dichtbij lijkt hij zo’n beetje halverwege de twintig, net zoiets als Noah. Het is zijn manier van kleden die maakt dat hij ouder lijkt, volwassener in elk geval. Hij draagt een kaki broek, een lichtblauw overhemd met opgerolde mouwen en sneakers van Pantofolo d’Oro, heeft een subtiel zomers tintje en lichtbruin haar dat in een glanzende lok over zijn smetteloze voorhoofd valt. De associatie met Ken komt even in mij op, hij ziet er bijna te verzorgd uit. Geen kreukje in zijn kleren, geen druppeltje zweet, ondanks dat het nog steeds broeierig warm is. Alsof hij een ingebouwde airco heeft. Maar het heeft wel iets. Het is aantrekkelijker dan die jongens van mijn leeftijd die de hele zomer in een afschuwelijke korte broek en dito shirt lopen en zich suf zweten.

Snel leg ik mijn Beau Monde opzij en zet mijn meest stralende, professionele lach op. ‘Kan ik u ergens mee helpen?’

‘Zeg maar je, hoor. Ik ben op zoek naar de standplaats van de familie Van Roosmalen.’

‘Ik ga even kijken...’

Ik druk een toets in van de computer en het scherm licht op. Er staat een programma open waarvan ik geen idee heb hoe het werkt. Linksboven is een zoekscherm. Ik typ de naam en tot mijn grote vreugde verschijnt er een scherm met geboortedata, type caravan, kenteken en ook hun standplaats.

‘Ze staan op het Eikenveld.’ Ik reik hem een informatiefolder aan. ‘Achterop staat een plattegrond.’

‘Oei, wat een doolhof.’

‘Ja, het is een grote camping.’ Ik buig me over de kaart. ‘Het Eikenveld is niet zo moeilijk te vinden. Het ligt aan het hoofdpad, precies tussen het sportveld en de grote speeltuin in.’

‘Ik ben zo slecht in kaartlezen,’ vertrouwt hij me toe. ‘Ik kan niet zonder mijn tomtom.’

Achter hem zie ik Felice de receptie binnenkomen en ik krijg opeens een briljant idee.

‘Ik kan wel even met je meelopen als je wilt?’

‘Oh?’ Verrast kijkt hij me aan. ‘Wat een service. Weet je zeker dat je daar tijd voor hebt?’

‘Ja hoor, mijn collega komt me net aflossen.’

‘Is alles goed gegaan hier?’ vraagt Felice, die verbaasd van mij naar hem kijkt.

‘Ja hoor, prima. Ik loop nog even mee om deze meneer de weg te wijzen en dan ga ik weer verder met mijn eigen werk.’

Felice steekt haar duim op. ‘Prima. Heel erg bedankt.’

‘Nogmaals heel erg aardig van je.’

‘Graag gedaan, het is een kleine moeite. Ik heet Bibi trouwens.’

Enigszins verbaasd schudt hij mijn hand. ‘Sander.’

‘Je hebt wel een mooie dag uitgezocht om een dagje naar de camping te gaan. Vanaf morgen wordt er weer regen voorspeld.’

‘Is dat zo?’ vraagt hij enigszins afwezig. ‘Vaak klopt er toch niks van die weerberichten.’

‘Dat is waar. Ik zit zelf in het recreatieteam en dan is het niet altijd even handig, die wisselvallige dagen. Dan regent het weer terwijl er een activiteit buiten gepland is, dan is het weer veel te heet voor de sportwedstrijd die we zouden gaan doen.’ Wat loop ik toch te ratelen? Alsof hem dat allemaal interesseert. Ik kan beter wat belangstelling in hem tonen. ‘Ga je ook nog op vakantie?’

Origineel, Bieb. Heel origineel.

‘Ik ben net terug.’

‘Waar ben je geweest?’

‘Frankrijk. Argelès-sur-Mer.’

‘Daar ben ik ook geweest!’ juich ik. ‘Leuk is het daar, hè?’

‘Ging wel.’

Pfoe, nou, hij ziet er dan misschien wel goed uit, maar het valt niet mee om een gesprek met hem aan te gang te houden. Wat een stug type, zeg.

‘Ga je op bezoek bij familie?’ vraag ik verder.

‘Nee. Bij mijn vriendin.’

O, oké. Ja, logisch ook. Ik bedoel, natuurlijk heeft zo’n man een vriendin. Waarschijnlijk net zo’n kreukloos type als hij. Niet dat ik overigens iets met hem wilde, daarvoor zit mijn liefde voor Noah toch echt nog te diep, maar een troostflirt was leuk geweest.

Zonder nog iets te zeggen lopen we over het zandpad naar het Eikenveldje. ‘Hier is het.’

‘Ik zie haar al. Bedankt.’ Hij begint het veldje over te steken.

‘Graag gedaan,’ wil ik zeggen, maar dan zie ik wie er voor de caravan zit waar hij naartoe loopt en even ben ik niet in staat om iets uit te brengen.

Als ik naar het sportveld loop, heb ik het gevoel dat er stoom uit mijn oren komt. Hoe krijgt dat vreselijke mens het voor elkaar? Hoe bestaat het dat iemand zoals zij er twee mannen tegelijk op nahoudt? Het allerergste is nog dat ze ze allebei gewoon belazert waar ze bij staat. Dat ze de man op wie ik zo gek ben, van wie ik elke nacht droom en die ik zo, zo ontzettend graag wil gewoon gebruikt om haar goedkope behoeften mee te bevredigen als haar eigen vriend in het buitenland zit. En Noah weet waarschijnlijk van niks. Nou, mooi dat ik hier niet mijn mond over ga houden. Hier gaat ze niet mee wegkomen. Hij moet dit weten, zo snel mogelijk.

‘Zo Bibi, wat dacht je, ik kom ook nog eens een keer aankakken?’ vraagt Danielle sarcastisch.

‘Sorry dat ik zo laat ben,’ zeg ik met lichte tegenzin.

‘Ga je me ook nog vertellen waarom je zo laat bent?’

Ik kan het echt niet uitstaan als ze zo doet. Danielle is maar een paar jaar ouder dan ik, maar ze gedraagt zich alsof ik een kleuter ben en zij de juf. Helaas heeft ze nou eenmaal wel de leiding over me, dus ik vertel braaf dat ik voor Felice heb ingevallen op de receptie en daarna iemand de weg heb gewezen over de camping.

‘Je realiseert je wel dat er hier mensen op je hebben zitten wachten? Dat je bepaalde verantwoordelijkheden hebt binnen het team?’

O, mens, hou toch op...

‘Het was een noodgeval, Felice moest echt even weg en er was niemand anders.’

Danielle neemt me zwijgend op, haar ogen tot spleetjes geknepen, alsof ze niet goed weet wat ze met me moet. ‘Vooruit dan maar,’ zegt ze uiteindelijk, ‘maar voortaan hou je je aan je rooster. Als Felice een probleem heeft dan mag ze dat met haar eigen leidinggevende oplossen. Wij zijn hier inmiddels klaar, ik zie je over twintig minuten bij de peuterestafette, en denk erom dat je op tijd bent.’

‘Ja Danielle,’ zeg ik overdreven braaf en ik rol met mijn ogen. Een eind verderop zie ik Noah die de emmers en de sponzen aan het opruimen is. Die peuterestafette kan me gestolen worden. Ik moet nu eerst met hem praten.

‘Hoi,’ zeg ik zachtjes.

‘Hoi,’ zegt hij zonder op te kijken.

‘Luister,’ zeg ik nog wat zachter, zodat ik zeker weet dat de rest niet kan meeluisteren. ‘Er is iets wat ik je moet vertellen.’

Verwonderd kijkt hij op. ‘Er is iets wat jij mij moet vertellen?’

‘Het gaat over dat meisje met wie je...’

Met een ruk draait hij zich om. ‘Wat heb jij daarmee te maken?’

‘Niks, maar er is gewoon iets wat je moet weten. Ze heeft al een vriend.’

‘Nee maar...’ Spottend kijkt hij me aan. ‘En hoe kom jij aan die wijsheid?’

‘Ik heb hem gezien. Hij is nu bij haar. Ze houdt jullie alle twee aan het lijntje en ik kan er echt niet tegen dat ze je belazert...’

‘Ach, hou toch op,’ valt Noah uit. ‘Het enige waar jij niet tegen kan, de enige reden dat jij me dit überhaupt vertelt, is dat je het niet kunt uitstaan dat het tussen ons niks geworden is. Accepteer het nou toch eens. Laat me gewoon een keer met rust. Sinds we hier zijn, loop je al als een hondje achter me aan. Je houdt me constant in de gaten, je snuffelt zelfs in mijn spullen en nu dit weer...’

‘Ik snuffelde niet in je spullen... ik...ik had gewoon...’ stamel ik, maar Noah laat me niet eens uitpraten.

‘Ik meen het, Bibi. Laat. Me. Met. Rust.’

Hij pakt de spullen en loopt weg. Ik blijf achter, volkomen verbijsterd. Verpletterd is misschien een beter woord. Het voelt alsof zijn stem een mokerhamer is die me volledig tot moes heeft geslagen. Ik voel mijn gezicht warm worden, ik voel mijn tranen branden achter mijn ogen. Driftig veeg ik ze weg. Niet huilen nu. Hij is mijn tranen niet waard. Als hij me niet wil geloven dan moet hij het zelf maar weten. Ik zal in elk geval geen medelijden met hem hebben als hij straks kapot is van verdriet. Vandaag zet ik een dikke, vette streep onder het hoofdstuk ‘Noah’ en hij bekijkt het verder maar. Voor mij bestaat hij niet meer.

Met een woest gebaar zwiep ik mijn haren naar achteren en zo zelfverzekerd mogelijk loop ik naar het pleintje.


Volgende: deel 18

Vorige: deel 16

27 keer bekeken

© 2023 by T.S. Hewitt. Proudly created with Wix.com