• Susan van Eyck

Wisselvallige dagen deel 19 - Evelien

Bijgewerkt: 16 aug 2018


Ze ziet er zo kwetsbaar en alleen uit in dat hoge ziekenhuisbed. Haar gezicht is wit, ze heeft sporen van tranen op haar wangen en haar ogen staan bang. Voorzichtig pak ik haar hand.

‘Hoe voel je je?’ vraag ik.

‘Raar. Moe. Leeg. Maar niet heel veel pijn, gelukkig.’

‘Mijn moeder belde net om te vragen waar ik was. Ik heb haar verteld dat we hier zijn en toen wilde ze natuurlijk ook weten waarom.’

‘Je hebt het vertelt?’ vraagt Manon.

Ik knik. ‘Sorry.’

‘Het geeft niet. Ik snap dat je het niet kon verzwijgen. En het maakt ook niet meer uit. Het is voorbij. Er komt geen kind. Ik hoef niks meer te beslissen.’ Ze glimlacht flauwtjes. ‘Het klinkt misschien gek, maar het voelt echt als een soort verlies.’

‘Maar het is toch ook een verlies?’

‘Weet ik, maar een week geleden wist ik nog niet eens dat ik zwanger was. En toen ik het eenmaal wel wist, was ik er niet eens blij mee.’

‘Dat wil niet zeggen dat je nu geen verdriet om mag hebben.’ Zachtjes aai ik over haar arm. ‘Het is niet niks, hè, wat je hebt meegemaakt.’

‘Ze zeggen dat ik geluk heb gehad. Dat ik er heel erg op tijd bij was, dat ik nog gewoon zwanger kan worden.’ Ze zucht. ‘Maar goed, dat is allemaal wel heel ver weg. Voorlopig weet ik niet eens of ik eigenlijk nog wel een relatie heb.’

‘Wil je dat ik Floris voor je bel?’

‘Ik weet niet.’ Ze schudt haar hoofd. ‘Ik weet niet of hem nu wil zien.’

‘Denk er maar even over na. Mijn ouders komen vanmiddag in elk geval even op het bezoekuur, als je dat goed vindt. Zij nemen spullen voor je mee.’

‘Oké.’ Ze glimlacht weer zwakjes en pakt mijn hand. ‘Dank je, Evelien. Voor alles.’

Sander brengt me terug naar de camping. Ik had liever in mijn eentje een bus genomen of voor mijn part was ik gaan lopen, maar hij staat erop dat ik met hem mee ga en ik heb niet de energie om er tegenin te gaan. Gelukkig is het niet zo ver. Het gevoel dat ik vannacht nog had, dat ik hem nog een kans moest geven, dat ik hem niet zomaar af kon wijzen, is helemaal verdwenen. Vanaf het moment dat hij onaangekondigd en geheel ongevraagd naast mijn stretcher stond om stante pede een gesprek af te dwingen, weet ik dat ik hem niet meer wil.

‘Weet je, ik heb zitten denken,’ begint hij als we de parkeerplaats van het ziekenhuis afrijden, ‘maar misschien is het juist wel goed dat jij ook verliefd bent geworden op iemand anders.’

‘Is dat zo?’

‘Ja, want misschien kun jij het nu van mij beter begrijpen. Dat zoiets je soms kan overkomen, bedoel ik.’

‘Dat is toch totaal wat anders?’ zeg ik geërgerd. ‘Ik ben single. Ik kan verliefd worden op wie ik wil. Jij had een relatie en voor zover ik me herinner nog een goede relatie ook.’

‘Toch vind ik het wel te vergelijken. We waren nog maar net uit elkaar, je maakt mij niet wijs dat ik al uit je systeem was, dat je helemaal geen gevoelens meer voor mij had. En toch had je ruimte om een ander toe te laten.’

‘Hou toch op met jezelf goedpraten. Jij bent gewoon je lul achterna gelopen, helemaal naar Zuid-Frankrijk, om er daar achter te komen dat die hele Fleur totaal geen inhoud had. Dat kun je niet vergelijken met wat ik met Noah heb.’

‘Want dat is echte liefde? Hoe lang ken je hem, een paar dagen? Een week?’

‘Wat maakt dat voor jou nog uit?’ bijt ik hem toe. ‘Al had ik hem een half uur geleden ontmoet en hadden we al trouwplannen. Het is jouw zaak niet meer.’

‘Het is mijn zaak wel, want ik geef om je en ik zie dat je dezelfde fout gaat maken als ik. Ik heb er echt veel over nagedacht sinds ik het met haar heb uitgemaakt. Wat er gebeurd is tussen mij en Fleur had in essentie niks met seks te maken en ook niet met liefde, het was pure onvrede, iets wat ik miste wat opgevuld moest worden. Het had niks met ons te maken, het zat in mezelf, die enorme behoefte aan zekerheid, die angst voor het onbekende. Ik heb te lang veel te krampachtig vastgehouden aan mijn veilige leventje, tot ik er kennelijk zelf gek van werd en een enorme drang had om het roer om te gooien. Toen Fleur verliefd op me was dacht ik dat ik het ook op haar was, maar dat was het niet, het was een vlucht.’

‘Wat een geweldige analyse,’ zeg ik sarcastisch. ‘Ik snap alleen niet hoe die eeuwige comfortzone van jou iets met mij te maken heeft.’

‘Bij jou is het ook onvrede. Je bent niet happy met je studie, je weet niet wat je met je toekomst wil en nu is ook nog je relatie uit, dus stort je je op de eerste de beste man die je tegenkomt.’

‘God, wat weet jij het allemaal mooi te brengen.’ Ik begin nu echt nijdig te worden. ‘Waar het eigenlijk gewoon op neerkomt is dat het allemaal niks voor bleek te stellen met Fleur en dat je mij nu probeert aan te praten dat het tussen mij en Noah ook niks voorstelt. Want als jij niet gelukkig kunt worden met een ander dan mag ik het ook vooral niet worden, al ben jij tien keer degene die is weggegaan.’

‘Ik bedoel niet dat jij niet gelukkig mag worden. Ik bedoel dat je misschien wat verblind bent door alles.’

‘Misschien,’ zeg ik zonder hem aan te kijken. ‘Maar daar wil ik dan graag zelf achterkomen. Ik weet op dit moment alleen dat het tussen ons echt klaar is.’

‘Oké. Duidelijk.’ Sander slikt. ‘We zijn er. Ik neem aan dat je er geen behoefte meer aan hebt dat ik mee de camping op ga, dus misschien kunnen we beter hier afscheid nemen.’

Ik kijk naar zijn gezicht. Hij ziet er zo bleek en verslagen uit dat ik haast alweer medelijden met hem krijg, maar ik weet dat ik nu niet terug kan krabbelen. Ik zoek in mijn zak naar mijn sleutelbos en schuif de sleutel van ons appartement eraf. ‘Ik heb per half september een nieuwe kamer. Je kunt er zo in, de huur is nog niet opgezegd. Ik blijf in de tussentijd wel bij mijn ouders, ik moet alleen mijn spullen nog ophalen, maar dat spreken we dan nog wel af.’

Sander kijkt bevreemd naar de losse sleutel in zijn hand. ‘Ik weet niet of ik daar nog wel wil wonen zonder jou.’

‘Dat is aan jou.’ Ik geef Sander een snelle kus op zijn wang. ‘Dag San. Het beste.’

Hij slikt nog eens. ‘Jij ook.’


Volgende: deel 20 Vorige: deel 18

21 keer bekeken

© 2023 by T.S. Hewitt. Proudly created with Wix.com