• Susan van Eyck

Wisselvallige dagen deel 24 - Floris

Bijgewerkt: 27 aug 2018


Mijn baas leunt achterover, duwt zijn vingertoppen tegen elkaar en kijkt me onderzoekend aan zonder iets te zeggen. Vreselijk, zo’n stilte. Leidinggevenden doen dat altijd in lastige gesprekken in de hoop dat je door gaat ratelen om de stilte te verdrijven en je zwakke kant laat zien. Ik ken de trucjes van binnen en van buiten, ik heb de kunst van het langdurig zwijgen zelf ook al aardig onder de knie. Toch krijg ik er een ongemakkelijk gevoel van.

‘Ik moet zeggen, ik kijk hier wel van op,’ zegt hij uiteindelijk.

‘Is het een probleem?’

‘Tja, prettig is anders, het gaat toch weer tijd kosten en ik kan niet zeggen dat ik daar blij mee ben, het is immers al druk genoeg, maar uiteindelijk zal het geen probleem zijn. Er zijn meerdere collega’s die op zich geschikt zijn om jouw functie over te nemen. Collega’s die veelal meer werkervaring hebben dan jij en het bedrijf van binnen en van buiten kennen. Ik heb jou de functie toegewezen door je enorme gedrevenheid, je uitzonderlijke talent. Anderhalf jaar geleden had ik dat al door, dat je een van de meest veelbelovende trainees was die ik in lange tijd had aangenomen. Ik snap niet dat je al die kansen zomaar vergooit.’

‘Ik vergooi niks, ik wil gewoon een stap terug doen.’

‘Je wil “gewoon een stap terug doen”? Je praat er nogal makkelijk over, hè. Realiseer je je wel dat je een flinke stap terug zal doen in salaris, om nog maar te zwijgen over carrièrekansen in de komende jaren? Ik zal je eerlijk zeggen, Floris, ik zag jou binnen vijf jaar op mijn plek, binnen een jaar of tien in de Raad van Bestuur. Als je nu bewust teruggaat naar een startersfunctie dan kun je zo’n curriculum wel vergeten, dan ben je letterlijk terug bij af. Daarom mijn vraag: besef je wel wat je opgeeft?’

‘Ja,’ zeg ik. ‘Ja, dat besef ik, maar ik ben er nu nog niet aan toe om zo snel carrière te maken.’

‘Ben ik niet degene die dat moet beoordelen? Als ik naar de resultaten kijk, kun je het prima aan. Dus hoe kom je er dan bij dat je er nog niet aan toe bent?’

‘Omdat ik merk dat ik het niet goed kan combineren. Mijn privéleven gaat eronder lijden.’

‘Tja, een carrière als deze vraagt bepaalde offers, dat is logisch. Met een topfunctie heb je niet iedere avond vrij, je kunt niet ieder weekend stappen, je kunt niet vier keer per jaar op vakantie, maar is dat niet gewoon een kwestie van wennen? Moet dat een reden zijn om maar het bijltje erbij neer te gooien en de weg van de minste weerstand te kiezen?’

‘Goed, laat ik het dan anders zeggen.’ Ik haal diep adem. ‘Ik ben er niet aan toe omdat ik erachter ben gekomen dat ik er geen leuker mens op ben geworden nu alles om mijn werk draait. Ik kwets degene van wie ik het meeste hou. Daarom wil ik terug naar mijn oude functie. Omdat ik heb besloten dat ik andere prioriteiten moet stellen.’

Een helder betoog, al zeg ik het zelf, al krijg ik niet de indruk meer begrip te hebben gekweekt bij mijn baas. Ik heb eerder het gevoel dat hij zwaar geïrriteerd is.

‘Goed,’ zeg hij uiteindelijk. ‘Goed, zoals je wil, Floris. Het is jouw keuze. Ik zal de procedure in gang gaan zetten. Heb je verder nog iets?’

‘Mijn vriendin ligt in het ziekenhuis, ik zou graag een paar dagen verlof opnemen.’

‘Dat komt wel erg ongelegen, maar als het echt niet anders kan dan moet het maar, zolang je het zelf regelt bij de verlofadministratie. O, en Floris? Ik verwacht wel dat je de komende weken beschikbaar bent voor het inwerken van je opvolger, bovenop je gewone werkuren. Heb je dat begrepen?’

Hij buigt zich weer over zijn toetsenbord, alsof ik al weg ben. Ik sta op en loop de kamer uit zonder nog iets te zeggen. Hork. Alleen al door zijn reactie weet ik dat ik de juiste beslissing heb genomen – zodat ik tenminste niet word zoals hij.

Onderweg naar huis voel ik me verbazingwekkend rustig. Hoewel ik al sinds gisteravond volledig achter mijn beslissing sta, had ik toch verwacht dat ik het me toch wel zwaar zou vallen om de knoop echt door te hakken en de carrière waar ik zo hard voor heb gewerkt los te laten. Maar gek genoeg kost het me geen enkele moeite. In tegendeel, ik voel me vooral bevrijd.

Gisteravond, toen ik bij Manon in het ziekenhuis was, zag ik het opeens allemaal helder. Ik zat naast haar bed, we zeiden weinig tegen elkaar. Ik zag haar verdriet, haar teleurstelling, haar verwijten. Ik zag in haar ogen wat er van me was geworden. Een egocentrisch, afgevlakt mannetje, iemand voor wie alles draaide om geld, werk en status. Ik zag een gezicht met harde trekken, een mond die nooit meer lachte, ogen waaruit alle zachtheid was verdwenen. Een verbeten, ingevallen kop, een lichaam waarin liters en liters sterke koffie en oneindig veel afhaalmaaltijden waren verdwenen, dat veel te weinig had geslapen, te weinig had gevreeën, te weinig had gedanst. Maar dat gaat nu allemaal veranderen. Eerlijk gezegd kan het me niet eens meer schelen of ik ooit in de Raad van Bestuur kom, of überhaupt ooit weer in de functie terechtkom die ik zojuist heb opgegeven. Het enige wat ik nu belangrijk vind is dat ik weer de Floris word die ik ooit was.

Net als ik op het punt sta om naar het ziekenhuis te gaan, komt Manon binnen. Ze heeft een weekendtas bij zich en ziet nog behoorlijk bleek.

‘Wat doe jij nou hier?’ vraag ik verbaasd. ‘Ik wist helemaal niet dat je al weg mocht uit het ziekenhuis.’

‘Het was een relatief simpele ingreep en er waren geen complicaties, dus dan zien ze geen reden om je nog langer te houden.’

'Had me even gebeld, dan was ik je komen halen.’

‘Dat was niet nodig. Je vader heeft me thuisgebracht. Ik blijf ook maar even, ik kom alleen wat spullen halen en dan ben ik weer weg.’

‘Weg?’ echo ik zacht. ‘Waar ga je naartoe dan?’

‘Ik kan tijdelijk bij een collega terecht en daarna zie ik wel. We moeten ook kijken of je me uit kunt kopen of dat het huis in de verkoop moet.’

Verslagen zak ik neer op de bank. Natuurlijk wist ik dat ze boos zou zijn en dat er nog stevig gepraat zou moeten worden, maar dit had ik niet verwacht. Niet dat het zo snel zou gaan. Dat het meteen klaar zou zijn, zonder gesprek of wat dan ook.

‘Verbaast het je werkelijk, Floris?’ Haar stem klinkt kalm, maar ik kan de ingehouden woede voelen. ‘Ik snap best dat het een schok voor je was, maar je wilde niet praten, je wilde niks. Je hebt me gewoon laten stikken. Als je familie er niet was geweest dan had ik daar in mijn eentje gelegen, als ik überhaupt al op tijd in het ziekenhuis was gekomen. Had je serieus verwacht dat ik weer gezellig terugkwam als ik uit het ziekenhuis zou komen?’

‘Maar ik ben bij je geweest,’ protesteer ik zwakjes. ‘Toen ik hoorde dat je was opgenomen, ben ik meteen gekomen.’

‘Inderdaad ja. Toen alles al bijna achter de rug was, toen was je er. Maar daarvoor? Waar was je toen? Toen ik nog zwanger was en totaal niet wist wat ik moest doen, toen ik krom van de pijn naar het ziekenhuis werd gebracht, toen ik hoorde dat het mis was, toen ik onder narcose moest. Pas toen alles achter de rug was, toen was je er. Wat als ik nog steeds zwanger was geweest? Was je dan ook teruggekomen?' Verdrietig kijkt ze me aan. ‘Je hebt me zo hard laten zitten, ik weet gewoon niet meer zo goed wat ik aan je heb. De hele basis is weg.'

‘Het spijt me. Als ik het terug kon draaien…’

‘Maar dat is nou juist het punt: je kunt het niet terugdraaien. En ik ook niet. Wat is geweest is, is geweest. We kunnen alleen iets aan de toekomst doen, en ik geloof niet dat ik die toekomst nog met jou zie. Niet na alles wat er is gebeurd.’

‘Het spijt me echt heel erg, Manon.’

‘Mij ook,’ bijt ze me toe. ‘Het spijt me dat ik een kant van je heb gezien die ik liever niet had leren kennen. Maar liever dat je me nu in de steek laat dan na een huwelijk van twintig jaar, als er wel kinderen waren of als ik echt een keer iets ernstigs had. Dat is me dan tenminste nog bespaard gebleven.’ Ze loopt naar de slaapkamer en trekt een koffer onder het bed vandaan. Ik loop achter haar aan.

‘Maar die kant van mij geen vaststaand iets,’ probeer ik.

Ze staart me niet-begrijpend aan. ‘Wat bedoel je?’

‘Hoe iemand is, dat is geen vaststaand feit. Ik ben niet altijd geweest zoals ik nu ben.’

‘Misschien niet. Maar je bent het nu wel. Dus wat koop ik daarvoor?’

‘Ik kan veranderen.’ Ik klink zwaar wanhopig, ik weet het, maar ik heb geen keuze. ‘Ik ga veranderen, Manon. Echt waar.’ Ik zie haar ongelovige blik, haal diep adem en dan gooi ik het eruit. ‘Ik heb vandaag mijn promotie teruggedraaid. Ik ga weer terug naar mijn oude functie.’

Heel even lijkt ze sprakeloos. ‘Waarom?’

‘Omdat ik het afgelopen jaar mijn prioriteiten verkeerd heb gesteld. Het draaide teveel om mijn werk, te weinig om wat echt belangrijk was.’

‘Maar ik vraag helemaal niet van je of je je baan wilde opgeven. Ik weet hoe ambitieus je bent en daar heb ik je ook nooit in willen veranderen. Zelfs als er een baby was gekomen dan had je niet per se minder hoeven te gaan werken. Dat was maar een van de opties. We hadden ook een au pair kunnen nemen, ik had minder kunnen gaan werken, we hadden er wel een weg in gevonden. Maar jij wilde niet eens praten. Je kwam alleen maar met verwijten, je kapte elke poging tot een normaal gesprek meteen af. En toen was je weg.'

‘Ik was in paniek,' geef ik toe. 'En ik zie nu in dat die paniek deels veroorzaakt werd door het feit dat ik de werkdruk nog helemaal niet aan kan. Ik ben pas vierentwintig, ik heb nog alle tijd. Er zijn andere dingen die ik eerst op een rijtje moet hebben voor ik een hoge functie kan combineren met mijn privéleven.’ Ik kijk haar aan en zie dat mijn woorden indruk maken. ‘Ik weet dat ik een absolute lul ben geweest en dat ik je enorm tekort heb gedaan, maar wil jij me alsjeblieft nog een kans geven?'

‘Ik weet het niet. Je hebt echt iets heel erg kapot gemaakt. Ik weet niet of dat nog te herstellen is…’

‘Ik begrijp het,’ zeg ik zacht. ‘Ik begrijp dat het voor jou te laat is, maar ik ben in elk geval blij met de wake up call. Als ik voor jou niet meer kan veranderen, dan in elk geval voor mezelf.’

Een hele tijd kijkt ze me aan, haar hoofd een beetje schuin. ‘Je meent het echt, hè?’

‘Ja,’ zeg ik zacht. ‘Ik meen het echt.’

‘Als ik blijf zal het veel tijd kosten om het vertrouwen te herstellen.’

Ze knikt kort en kijkt peinzend voor zich uit, het vestje dat ze in de koffer wilde doen nog steeds in haar handen. Er rolt een traan over haar wang. Heel voorzichtig ga ik naast haar zitten en pak haar hand. Voorzichtig vouwt ze haar vingers om de mijne. Ik sla mijn armen om haar heen, ze begraaft haar gezicht in mijn schouder en we huilen samen. Volgende: deel 25

Vorige: deel 23

27 keer bekeken

© 2023 by T.S. Hewitt. Proudly created with Wix.com