• Susan van Eyck

Wisselvallige dagen deel 5 - Bibi

Bijgewerkt: 7 aug 2018


Natuurlijk geef ik het niet zomaar op. Zo zit ik niet in elkaar. Ook ik heb wel eens een minder momentje, maar dan weet ik dat ik juist extra mijn best moet doen. Zeker in de liefde. Ik heb vanaf het begin al een heel goed gevoel gehad over Noah en mij en mijn gevoel liegt nooit. En daarbij is het nog nooit gebeurd dat ik iemand niet kon krijgen die ik leuk vond. Dus het is gewoon een kwestie van tijd. Gewoon wachten tot hij voor de bijl gaat. Het is me altijd gelukt en het zal me nu ook weer lukken. Honderd procent zeker.

Ik maak mijn haren vast in een hoge paardenstaart en zet mijn voet op het bankje om mijn nieuwe roze suède sneakers nog eens extra stevig te strikken. Normaal ben ik niet zo van de gymschoenen, maar deze zijn wel oké. Ik heb ze speciaal besteld voor sportactiviteiten. Vanmiddag staat ‘voetballen met het recreatieteam’ op het programma, een wedstrijd tussen twee teams, met in elk team vier van ons en zeven kinderen, voornamelijk jongetjes tussen de zes en tien jaar. Natuurlijk is ook zij weer van de partij met haar zoontje of neefje of wat het dan ook van haar mag zijn, maar ik ga me er deze keer niet onzeker door laten maken. Ik heb me vanmorgen voorgenomen dat ik gewoon net ga doen alsof ze niet bestaat. Ze maakt toch geen enkele kans bij Noah. Voor mij is dit een prima gelegenheid om indruk op hem te maken. Ik ben namelijk behoorlijk goed in sport. Gym was op school een van de weinige vakken waar ik altijd goede cijfers voor haalde, en ik weet dat jongens het sexy vinden als een meisje goed kan sporten. Van voetbal heb ik dan weer niet heel veel verstand, maar als je het mij vraagt zijn de regels heel voor de hand liggend, en uiteindelijk gaat het erom of je een goede conditie hebt en een beetje met een bal overweg kan. Dat zit bij mij in ieder geval wel goed.

‘Oké, Noah en Stefan staan dus in het doel, de anderen in het veld, ik ben de scheids...’ Danielle deelt de rode en blauwe hesjes uit. ‘Hé, ik mis iemand van het team, waar is Ruben?’

‘Ruben is daarnet heel erg door zijn enkel gegaan, hij kan nu even niet lopen,’ weet Stefan te vertellen.

‘Ai, dat is lastig, dan hebben we dus iemand te weinig.’ Danielle fronst haar wenkbrauwen. ‘De rest is bezig met de opbouw van de playbackshow, dat moet ook aan het eind van de middag klaar zijn, ik kan nu niet op stel en sprong iemand anders regelen. Hoe kunnen we dat nou het beste doen?’

Voordat iemand van ons iets heeft kunnen zeggen, doet zij een stap naar voren.

‘Ik wil anders wel meedoen, ik ben hier toch met mijn broertje.’

‘Oké, top.’ Danielle overhandigt haar een rood hesje en ik constateer tot mijn ietwat kinderachtige genoegen dat ze tenminste lekker niet bij Noah en mij in het team zit. Dat is vast weer een voorteken.

Danielle fluit en de wedstrijd begint. Het gaat snel, vooral die kleine jongetjes zijn vliegensvlug en ontzettend behendig met de bal. Gelukkig kan ik het allemaal behoorlijk goed bijbenen. Zij is in ieder geval een stuk minder snel, ze hobbelt wat achter de rest aan en ze gaat een keer flink onderuit in een poging om de bal te pakken te krijgen. Stiekem kijk ik naar Noah en voel meteen weer kriebels in mijn buik als ik hem zo in dat doel zie staan. Concentreren. Niet teveel naar Noah kijken, anders schiet je straks de bal nog in je eigen goal en dat is vast niet de manier om een man te imponeren.

Ondanks alle inspanning staat het in de rust nog steeds 0-0. Iedereen is flink bezweet en er worden bekertjes limonade uitgedeeld. Ik pak mijn flesje Evian uit mijn tas en plof neer naast Noah.

‘Lukt het een beetje, die ballen tegenhouden?’

‘Ja hoor. Er wordt nog niet zoveel gescoord. Jullie zijn behoorlijk goed aan het verdedigen. Ik heb haast niks te doen.’ Noah lacht naar me. Kriebels, heel veel kriebels. ‘En jij? Je bent behoorlijk fanatiek met sporten, of niet?’

‘Je weet niet half hoe fanatiek ik ben, en niet alleen met sporten,’ zeg ik met een knipoog en ik bied hem mijn flesje water aan.

Hij neemt een slok en lacht weer. ‘Oh? Je maakt me nieuwsgierig.’

Ik pak mijn flesje weer aan en wrijf even met mijn duim over de plek waar hij net heeft gedronken. Ik wil die lippen weer op de mijne voelen, zijn tong in mijn mond, zijn handen over mijn rug en billen. Ik wil het zo graag dat ik er gek van word.

In de tweede helft zet ik echt alles op alles om te scoren. Ik heb nog nooit in mijn leven zo mijn best gedaan tijdens het sporten. Ik ren, ik schop, ik vecht, ik duw, ik werk me naar voren met de bal aan mijn voet, haal uit en met een prachtige strakke boog vliegt de bal het doel in. Ik juich en strek mijn armen uit.

‘Buitenspel!’

Verward kijk ik naar Danielle. ‘Wát?’

‘Het doelpunt is afgekeurd. Je stond buitenspel.’

‘Buitenspel?’ Ik kijk om me heen. ‘Hoezo, buitenspel? Ik sta toch gewoon in het veld?’

‘Lieve schat, je kent de buitenspelregel toch wel?’ Carola schiet in de lach. ‘Bibi, kijk je überhaupt wel eens naar voetbal?’

‘Vaak genoeg,’ lieg ik.

‘En kijk je dan om het spel te volgen of omdat Cristiano Ronaldo zo’n lekker ding is?’

‘Wíe?’ vraag ik fronsend.

‘Zijn jullie klaar?’ roept Danielle ongeduldig vanaf de zijlijn. ‘We gaan door. Het is nog steeds 0-0, nog twintig minuten.’

Ik speel door alsof er niks aan de hand is, maar van binnen kook ik. Waarom moet Carola me nou weer zo te kakken zetten door me af te schilderen als een dom blondje dat nergens iets vanaf weet en alleen maar naar lekkere mannen kijkt? So what als ik de buitenspelregel niet ken. Ik zet haar toch ook niet neer als een lompe boerin?

Tot overmaat van ramp - hoe kan het ook anders - maakt het meisje met de krullen een paar minuten voor tijd het beslissende doelpunt. Het is niet eens een mooi doelpunt. De bal ketst domweg af van haar voet en vliegt rakelings langs Noah het doel in. Hij doet niet eens moeite om ‘m tegen te houden. Hij staat daar maar te lachen alsof het een enorme bak is dat ze heeft gescoord en als Danielle fluit als teken dat de wedstrijd is afgelopen, rent hij nota bene naar haar toe, slaat van achteren een arm om haar heen alsof hij haar in de houdgreep neemt en woelt plagerig met zijn andere hand door haar haren. Echt niet te geloven dit. Die buitenspelregel is blijkbaar o zo belangrijk, maar een partijtje stoeien met iemand van de tegenpartij is helemaal normaal.

Om me een houding te geven en om vooral niet te laten merken dat het me iets doet, begin ik vast links en rechts de hesjes te verzamelen.

‘Top. Doe ze hier maar in.’ Danielle reikt me een enorme plunjezak aan. ‘Wil jij ze dan ook meteen even naar het materialenhok achterin de kantine brengen? Dan kun je daarna naar het plein om daar te helpen de stoelen klaar te zetten voor vanavond.’

Ik knik en probeer in een vloeiende beweging de zak over mijn schouder te slingeren, maar dat wil niet helemaal lukken en ik kijk nog eens om naar het voetbalveld. Noah is er nog. Hij zit op het bankje langs het veld naast haar gezellig te kletsen, alsof we helemaal niks te doen hebben.

‘Moet jij niet helpen bouwen voor de playbackshow?’ roep ik.

‘Ja ja. Ik kom zo,’ roept hij zonder op te kijken en op de toon van iemand die allesbehalve van plan is om te komen. Ik probeer uit alle macht iets te bedenken om te zorgen dat hij met mij mee komt, iets dringends waar ik hem absoluut bij nodig heb, wat niemand anders kan doen dan hij, maar zonder te klinken als een zielig, afhankelijk vrouwtje. Maar hoe diep ik ook nadenk, ik weet echt niks. Met een steen in mijn maag pak ik de zak met hesjes weer op en loop langzaam in de richting van de kantine.


Volgende: deel 6

Vorige: deel 4

0 keer bekeken

© 2023 by T.S. Hewitt. Proudly created with Wix.com