• Susan van Eyck

Wisselvallige dagen deel 7 - Sander

Bijgewerkt: 8 aug 2018


Driftig blader ik door mijn boekje met Franse woordjes en zinnetjes. ‘Je voudrais une bière et une... une eau de... eau minérale con... con... acide carbonique...’ Zo. Dat is eruit.

De serveerster moet erom lachen. ‘Une bière et une Spa Rouge.’

Spa Rouge. Natuurlijk. Dat het zo simpel kan zijn. Zit ik daar te stuntelen met mijn acide carbonique.

De serveerster knipoogt en loopt dan weg om onze drankjes te halen. Ik grijns naar Fleur.

‘Soms zou je niet denken dat ik bij een multinational werk. Mijn talen zijn echt waardeloos.’

‘Is dat zo?’ vraagt ze afwezig.

‘Ja. Ik ben met mijn hakken over de sloot geslaagd voor Engels en Nederlands, de rest heb ik al in de vierde laten vallen.’

Ze knikt alleen maar. Even ben ik van mijn stuk gebracht door haar plotselinge koele houding, dan besluit ik om haar maar even te laten en gewoon wat naar de mensen te kijken tot de serveerster terug komt en twee flesjes en twee glazen voor ons op tafel zet. Ik lach haar vriendelijk toe, geef een flinke fooi en hou dan mijn bierflesje omhoog. ‘Nou, proost.’

Fleur reageert niet. Ze fronst haar wenkbrauwen en kijkt voor zich uit zonder iets te zeggen.

‘Fleur? Joehoe? Wat is er aan de hand.’

‘Wat zou er nou aan de hand zijn?’ barst ze los. ‘Mooie vrouw hè, die serveerster? Echt een lekker wijf, vind je niet? Lekkere tieten, lekkere kont, strak rokje.’

‘Eh... hè?’ Verward kijk ik haar aan. ‘Wat bedoel je?’

‘Je zat met haar te flirten! Je zat haar gewoon te versieren, met je zogenaamde gestuntel. En maar lachen. En maar leuk doen.’ Ze praat onderhand zo hard dat de mensen aan andere tafeltjes nieuwsgierig omkijken. ‘Je zet me voor paal op een vol terras!’

‘Doe even rustig,’ sus ik. ‘Ik vind haar helemaal niet leuk. Ze is gewoon een serveerster. Iemand die toevallig onze drankjes brengt. Meer niet.’

‘Oh nee?’ Haar stem klinkt uitdagend, met een randje van tranen. ‘Wou je soms beweren dat je haar niet mooi vindt?’

‘Ze is wel mooi, natuurlijk, maar ze haalt het niet bij jou. Jij bent...’

‘Lieg niet!’ schreeuwt ze. ‘Ik zag het heus wel. Je had het liefst je gezicht tussen haar tieten gestopt toen ze zich over je heen boog. Dacht je dat het niet duidelijk was? Het hele terras heeft het gezien, hoe jij je zat op te geilen aan een andere griet.’

‘Mijn gezicht tussen haar tieten?’ vraag ik overrompeld. ‘Fleur, waar heb je het over, in godsnaam?’

‘Geef nou maar gewoon toe dat je fantasieën over haar hebt. Je bent gewoon niet te vertrouwen. Ik had het kunnen weten. Zoals je eraan komt, kom je er ook weer af, zei mijn oma altijd. Nou, ze had gelijk.’

‘Dat vind ik niet eerlijk.’ Mijn stem trilt, ik ben helemaal ontdaan van deze onverwachte aanval. Tien minuten geleden liepen we nog hand in hand door het centrum van Argelès-sur-Mer als een verliefd stel en nu opeens ben ik de grote boosdoener. ‘Je wist dat ik een vriendin had.’ Ik fluister nu, want ik voel inmiddels alle ogen van het terras op ons gericht en al zullen de meeste mensen ons niet kunnen verstaan, ik bedank er toch voor om in het openbaar een scène te maken. ‘Je hebt zelf alles op alles gezet om me te krijgen. Je wilde maar al te graag dat ik Evelien in de steek zou laten voor jou, dus dat kun je me nu niet voor de voeten gooien, dat is het gevolg van je eigen acties.’

Fleur geeft geen antwoord. Ze slaat haar armen over elkaar en kijkt boos voor zich uit. De gelijkenis met een klein kind komt weer bij me op, maar deze keer is het niet zo vertederend als toen ze zo lief lag te slapen. Deze keer is ze meer een mokkende, pruilende peuter. Ik hoop maar dat ze bijtrekt, want er kijken nog steeds mensen in onze richting en ik begin me steeds ongemakkelijker te voelen. Ik wil geen scène. Ik wil echt geen scène. Please, maak geen scène.

‘Fleur, neem nou maar van mij aan, jij bent de mooiste vrouw die hier rondloopt.’ Ik pak haar flesje en schenk wat Spa Rood in haar glas. ‘Hier, drink wat. Je zei net dat je zo’n dorst had.’

‘Nu niet meer.’ Met een woeste beweging grist Fleur het glas uit mijn hand en gooit het leeg in mijn gezicht. Dan pakt ze haar tas, draait zich om en loopt zonder om te kijken het terras af.

Beduusd blijf ik achter. Ik hoor wat mensen lachen, een paar meisjes applaudisseren en iemand van de bediening brengt me wat servetjes, waarmee ik mijn gezicht en hals enigszins fatsoeneer. Eigenlijk wil ik hier weg, ik schaam me kapot, maar het lijkt me nog gênanter om nu, nagestaard door al die mensen, de aftocht te blazen, dus ik neem met tegenzin een slokje van mijn bier, terwijl ik me heel hard afvraag waar dat in vredesnaam vandaan kwam. Heb ik echt zo onbeschaamd naar die serveerster gestaard? Ik kan het me niet herinneren. Het was een leuke meid, donker haar, een aardige lach, maar meer details als borsten en billen kan ik me niet voor de geest halen.

Ik probeer me te herinneren of Evelien me ooit dat soort dingen heeft verweten, maar ik kan me geen enkel incident voor de geest halen. We konden samen een film kijken en het erover hebben wie van de actrices het knapst was en waarom. Ze maakte er ook nooit een probleem van als ik met vrouwelijke studiegenoten of collega’s afsprak. Ze zei altijd dat ze zich zelfs geen zorgen zou maken als ik met een van hen op een kamer zou slapen, omdat ze haar hand voor me in het vuur durfde te steken. Mijn maag krimpt even samen als ik eraan denk hoe groot de klap voor haar moet zijn geweest dat uitgerekend ik haar in de steek liet voor een ander. Het is net alsof dat nu pas echt tot me doordringt. Tot nu toe vond dat ene gesprek al lastig - haar tranen, haar boosheid, haar vragen - maar nu ik er van een afstandje naar kijk, zie ik pas hoe groot ze zich heeft gehouden. Toen ik al mijn spullen had gehaald, op niet mis te verstane wijze had duidelijk gemaakt dat ik geen contact meer wilde en de deur definitief achter me dicht heeft getrokken, heeft ze nooit meer contact gezocht. Geen smeekbedes, geen brieven, geen moeilijk gedoe. Ze heeft nooit mijn vrienden tegen me opgestookt, niet mijn ouders ingelicht, niet huilend aan de telefoon gehangen.

Zou ze al over me heen zijn, vraagt een geniepig stemmetje in mijn hoofd, maar dat druk ik meteen de kop in. Natuurlijk niet. Het is pas anderhalve maand geleden. Zoveel jaar samen vlak je niet zo gemakkelijk uit.

En jij dan, dramt het stemmetje door. Jij hebt haar toch ook uitgevlakt?

‘Niet echt,’ mompel ik hardop en neem een laatste slok van mijn bier. Dan loop ik zo waardig mogelijk het terras af.

Terug in het appartement kan ik Fleur al bij de deur horen snikken. Haar gezicht is een grote warboel van tranen, snot en uitgelopen make-up en haar vanmorgen nog zo smetteloos witte zomerjurkje zit onder de mascaravegen. Met grote, roodbehuilde ogen kijkt ze naar me op.

‘Ga je het nu uitmaken?’ vraagt ze kleintjes. ‘Want ik zou het echt snappen als je het uit zou maken, maar ik hoop echt, echt dat je me nog een kans wil geven, want wat je net zag, zo ben ik helemaal niet. Echt niet.’

In een paar stappen ben ik bij haar. Ik aai over haar hoofd en veeg een paar haren weg die tegen haar gezicht geplakt zitten. ‘Ik maak het zo gauw niet uit.’

‘Ik schaam me kapot, ik leek wel een heks. Het is gewoon dat ik er zo onzeker van word, ik had nooit gedacht dat je echt voor mij zou kiezen, ik ben zo bang dat je weer teruggaat naar je ex of dat er een andere vrouw rondloopt die je nog leuker vindt dan mij en dan heb ik mezelf gewoon niet meer in de hand.’

‘Fleur, ik heb voor jou gekozen, ik ben bij mijn vriendin weggegaan om bij jou te zijn.’ Waarom doet het opeens een beetje pijn om dit hardop uit te spreken? Ik wil dat dit goed voelt, ik wil kunnen zeggen dat ik van haar hou, maar ik krijg het niet over mijn lippen. Koortsachtig zoek ik naar een alternatief dat klopt, dat past, dat waar is. ‘Je bent zo mooi,’ zeg ik uiteindelijk. ‘Echt zo mooi. Het is helemaal niet nodig om zo onzeker te zijn over andere vrouwen.’

‘Meen je dat?’ Ze kruipt dicht tegen me aan en slaat haar armen om me heen. ‘Ik wil helemaal niet zo jaloers zijn, maar het komt gewoon doordat ik zo gek op je ben en gewoon niet kan geloven dat jij ook zo gek bent op mij. Begrijp je me?’

Ik knik, hoewel ik het eigenlijk niet begrijp.

‘Ik wil geen ruzie meer maken, San. Ik wil dat wij samen oud worden. Ik meen het.’ Ze kijkt me indringend aan met haar mooie blauwe ogen. ‘Wil jij dat ook?’

Ik trek haar naar me toe en duw mijn gezicht in haar nek. Dan kus ik haar zachtjes achter haar oor en fluister: ‘Zullen we vanavond lekker uit eten gaan, om die hele ruzie te vergeten?’

Ze knikt heftig en legt nog even mijn hoofd tegen mijn schouder aan. ‘Ik ga even douchen,’ mompelt ze gesmoord.


Volgende: deel 8

Vorige: deel 6

30 keer bekeken

© 2023 by T.S. Hewitt. Proudly created with Wix.com